Woerden 7
Roeien of manoeuvreren?
In eerste instantie is wel geopperd dat de opgraving van de 'Woerden 7' alle bestaande ideeën over goederentransport over water in Romeins Europa op de helling zette. Het schip bleek immers een nog nooit eerder aangetroffen combinatie van een platbodem (een plat en breed type vrachtschip) en een galei (een meer spitsvormig en smaller roeivaartuig). Onder de Romeinse schepen die tot nu toe in Europa zijn opgegraven, vormt het Woerdense schip dus een absolute primeur. De bestaande ideeën omtrent het transport van bulkgoederen vanuit Duitsland over de Rijn gingen in Woerden letterlijk en figuurlijk op de schop. Houten schepen kunnen een zeer lang leven hebben gehad, maar anderzijds is bekend van rivierschepen dat ze soms slechts voor een enkele afvaart werden gebruikt en op de plaats van bestemming werden gesloopt waarbij naast de lading ook het hout als bouwmateriaal werd verkocht. De Romeinse platbodems zouden slechts hebben gediend als "verpakkingsmateriaal" voor de vracht (natuursteen of andere bouwmaterialen) die het Romeinse leger vanuit Duitsland naar Nederland vervoerde. De schepen voeren met de stroom mee richting Nederland om daar hun lading af te zetten en werden vervolgens ontmanteld om als bouwhout te dienen. Een andere gedachte, die door het onderzoek van de 'Woerden 7' op de helling kon, was het idee van het éénrichtingsverkeer op de voormalige Romeinse Rijn. Tot nu toe gingen archeologen er dikwijls van uit dat Romeinse vrachtschepen vrijwel uitsluitend stroomafwaarts (konden) varen. De sterke stroming maakte het onmogelijk om de Rijn stroomopwaarts te bevaren. De schepen beschikten wel over een zeil, maar dat was mogelijk alleen geschikt om stroomafwaarts te manoeuvreren over de vaak zeer brede en meanderende rivier. Het is de vraag of de Romeinen mét zeil tegen de stroom op konden varen.
De dolboordgaten dienden om de lussen van de roeiriemen te bevestigen aan het schip. [foto: Hazenberg Archeologie Leiden]
De 'combinatieboot' van Woerden die voorzien is van een zeil én roeibanken, zou nieuwe aanknopingspunten kunnen leveren. Mogelijk konden de Romeinen met dit schip de Rijn wèl stroomopwaarts varen. Hier is enige nuancering echter op zijn plaats. Dat de roeiinstallatie daadwerkelijk gebruikt is om de 'Woerden 7' stroomopwaarts te brengen, is nog geenszins bewezen. Ook het gegeven dat er überhaupt mee geroeid zou zijn, kan niet zonneklaar worden bewezen uit de opgravingsgegevens. Hoewel natuurlijk niet is uitgesloten dat met behulp van de roeiinstallatie daadwerkelijk (stroomopwaarts!) geroeid is, denken we dat de roeiinstallatie voornamelijk bedoeld was om het schip te helpen bij navigeren, om het vaartuig op de brede, soms snel stromende rivier op koers te houden.
Getekend bovenaanzicht van de kruislings geplaatste leggers in het voorschip van de Zwammerdam 6. [tekening: uit De Weerd, 1988]
Bestudering van de tekeningen van eerder gevonden vrachtschepen, zoals die van Zwammerdam, laat overigens zien dat dit schip een vergelijkbare installatie had die archeologen niet eerder als zodanig hebben herkend. Er zijn dus al twee vrachtvaartuigen in de Nederlandse delta gevonden met een tot nu toe unieke installatie aan boord. Die voeden niet alleen onze gedachten over de bewegingsmogelijkheden van transportschepen in de Oudheid, maar geven ook daarmee aanleiding om weer opnieuw na te denken over potentiële handelsroutes en afzetgebieden, en andere economische variabelen en factoren die volgen uit de implicatie van stroomopwaartse beweging van vrachtschepen.
Op de grafsteen van schipper Blussus staat een schip met zowel voor als achter roeispanen, en verder een roerinrichting, een mast en lading aan boord in het midden van het schip. [foto: W. Vos]
© Copyright Hazenberg Archeologie